ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2529
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Gimbrère-Straetmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verrekening overgespaarde inkomsten na echtscheiding wegens vervalbeding
Partijen zijn in 1991 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder vermogensgemeenschap en zijn in 2008 gescheiden met een convenant waarin de afwikkeling van hun gemeenschappelijk vermogen is geregeld. De vrouw vordert een bedrag van ruim 150.000 euro wegens niet verrekende overgespaarde inkomsten uit de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw stelt dat zij door een psychisch labiele toestand niet in staat was haar wil te bepalen bij de echtscheiding en dat het vervalbeding in de huwelijkse voorwaarden niet rechtsgeldig is. De man voert verweer en beroept zich op het vervalbeding dat een termijn van twaalf maanden stelt voor verrekening, welke termijn ruim is overschreden. Daarnaast stelt hij dat het convenant rechtsgeldig en finaal is en dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben.
De rechtbank overweegt dat het vervalbeding niet strijdig is met redelijkheid en billijkheid en dat de vrouw onvoldoende omstandigheden heeft gesteld om het beroep op het vervalbeding te weerleggen. De vordering is te laat ingesteld, ruim twee jaar na inschrijving van de echtscheiding. De rechtbank wijst de vordering af en compenseert de proceskosten tussen partijen, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de vrouw af wegens overschrijding van het vervalbeding en onvoldoende onderbouwing.