ECLI:NL:RBBRE:2011:BR3900
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding in bezwaar tegen WOZ-waarde en OZB-aanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting 2010. Verweerder had de waarde verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend, maar belanghebbende vond deze te laag en stelde hogere vergoeding voor rechtsbijstand en taxatierapport.
De rechtbank oordeelde dat de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding van rechtsbijstand op 1 moet worden gesteld, omdat het een gemiddelde zaak betreft waarbij het materiële geschil wordt beoordeeld. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom een lagere factor van 0,25 passend zou zijn.
Voor het taxatierapport achtte de rechtbank 3,5 uren redelijke tijdsbesteding en een uurtarief van € 50 passend, waarmee de vergoeding hoger uitviel dan door verweerder toegekend. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 645.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van deze kosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak is onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de proceskostenvergoeding tot € 645 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht.