ECLI:NL:RBBRE:2011:BR3917
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hooff
- Rouwen
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Ontzegging aanspraken echtgenote wegens betrokkenheid bij moord op echtgenoot
De rechtbank Breda heeft vastgesteld dat de echtgenote van het slachtoffer betrokken is geweest bij diens gewelddadige overlijden. Dit oordeel is gebaseerd op diverse feiten en omstandigheden, waaronder bloedsporen van het slachtoffer op kleding en tape van de echtgenote, het ontbreken van een geloofwaardige verklaring voor haar afwezigheid tijdens het incident, en het ontbreken van braaksporen in het appartement.
De echtgenote voerde verweer met onder meer betwisting van het bewijs, het aanvoeren van mogelijke psychische shock en alternatieve scenario's, en het betwisten van de betrouwbaarheid van het toxicologisch onderzoek. De rechtbank verwierp deze verweren omdat zij onvoldoende aannemelijk waren en concludeerde dat de echtgenote geen afdoende verklaring gaf voor haar stelling dat zij niets had waargenomen.
Op grond van deze bevindingen werd geoordeeld dat de echtgenote de hand heeft gehad in de dood van haar echtgenoot. De rechtbank ontzegt haar daarom de aanspraken op het deel van het vermogen waarop zij op grond van de huwelijksvoorwaarden recht zou hebben. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De echtgenote wordt ontzegd haar aanspraken op het vermogen uit de huwelijksvoorwaarden vanwege bewezen betrokkenheid bij de moord op haar echtgenoot.