3.1 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud van de producties, het volgende vast:
a. de thans30-jarige [verweerder] is op 1 december 2001 in dienst getreden bij Philip Morris in de functie van Process Operator, tegen een maandsalaris van laatstelijk € 3.533,06 bruto (inclusief ploegentoeslag, 8% vakantiebijslag en een 13e maand);
b. de moederorganisatie van Philip Morris, te weten Philip Morris International, hanteert een gedragscode, welke geldt voor iedere vestiging en haar medewerkers;
c. ten behoeve van het productiepersoneel van Philip Morris is een verkorte versie van de gedragcode geproduceerd, genaamd “Gedragscode van PMI Productie-editie”;
d. in het door beide partijen ondertekende beoordelingsformulier met betrekking tot het jaar 2008, wordt als eindbeoordeling nummer D gegeven op een schaal van A tot en met E, met daarbij de volgende aanvullende opmerking: “[verweerder] heeft het afgelopen jaar zeker niet aan de verwachtingen voldaan welke wij van een proces operator verwachten. De prestatie, houding en gedrag en de doelstellingen zijn onder het niveau en hier zal een actie plan voor gemaakt moeten worden met z’n nieuwe leidinggevende, want terug kijkend in de historie van [verweerder] heb je reeds 3 jaar achter elkaar een
D-beoordeling gehad alleen vorige jaar was het een C-beoordeling. Gezien deze resultaten zal er wel iets moeten gebeuren daar dit niet acceptabel is.”
e. in het beoordelingsformulier met betrekking tot het jaar 2009 wordt als eindbeoordeling “improvable” aangekruist en wordt onder “Additional Comments on your achievements” (onder meer) vermeld: “Voldoen aan mijn persoonlijke en groepsgerelateerde gedrag en houdingsaspecten zoals omschreven in de gedragcode van PMH”;
f. in het beoordelingsformulier met betrekking tot het jaar 2010 wordt wederom als eindbeoordeling “improvable” aangekruist en wordt onder “Supervisor’s Overall Assesment” het volgende vermeld:
“In alle beoordelingen komt bij [verweerder] een stuk houding en gedrag terug als te verbeteren.
(…)
Indien er geen verandering plaatsvind zal er gezocht moeten worden naar een passende oplossing.”;
g. in de nacht van dinsdag 31 mei 2011 op woensdag 1 juni 2011 heeft een (korte) woordenwisseling plaatsgevonden tussen [verweerder] en een bij Philip Morris werkzame heftruckchauffeur, te weten de heer [X] (hierna te noemen: “[X]”);
h. op 1 juni 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en de heer [Y] (Compliance Coördinator) en mevrouw [Z] (HR-medewerkster), in welk gesprek aan [verweerder] is medegedeeld dat hij geschorst is gedurende het interne onderzoek;
i. [verweerder] heeft bij brief van 2 juni 2011 geprotesteerd tegen zijn schorsing;
j. voormelde schorsing c.q. non-actiefstelling is door Philip Morris bij brief van
6 juni 2011 aan [verweerder] bevestigd;
k. Philip Morris heeft bij brief van 8 juni 2011 aan [verweerder] medegedeeld dat zij tot beëindiging van het dienstverband zal overgaan en dat [verweerder] hangende de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter geschorst zal blijven.