ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5217
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens ontbreken bewijs woonplaats Nederland
Belanghebbende werd op 4 januari 2010 gecontroleerd in Nederland terwijl hij een auto gebruikte die niet in Nederland geregistreerd was. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag BPM en een boetebeschikking op. De kern van het geschil was of belanghebbende op dat moment in Nederland woonde.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende ingeschreven stond in Duitsland, een Duits fiscaal nummer had, en pas in juli 2010 eigenaar werd van de auto. Verder woonde zijn echtgenote in een woning in Nederland, maar hij leefde van tafel en bed gescheiden. Belanghebbende had ook een huisarts in Nederland en hield effecten aan in Nederland, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om zijn woonplaats in Nederland aan te nemen.
Belanghebbende toonde officiële documenten aan waaronder een Duitse verblijfsvergunning en werd door de Duitse autoriteiten als ingezetene gezien. Voor de inkomstenbelasting 2009 werd hij als niet-ingezetene aangemerkt. De inspecteur slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. Daarom werden de naheffingsaanslag en boetebeschikking vernietigd en werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag BPM en boetebeschikking omdat belanghebbende niet in Nederland woonde op het moment van constatering.