ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5766
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-voor-bezwaar-en-beroep-vatbare BPM-aankondiging niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende, een onderneming in de in- en verkoop van gebruikte personenauto's, deed aangifte BPM voor een voertuig met een bedrag van €1.374. De inspecteur kondigde een herrekening aan van €5.395, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. De inspecteur behandelde het bezwaar inhoudelijk en verklaarde het ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de aankondiging van de inspecteur geen voor bezwaar vatbare beschikking is, omdat bezwaar tegen dit besluit niet openstaat volgens artikel 26 AWR Pro. Belanghebbende is een artikel 8 vergunninghouder Pro en hoeft de BPM pas te voldoen na verkoop van het voertuig, wat nog niet had plaatsgevonden. Daarom had de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Hoewel het bezwaar ten onrechte inhoudelijk werd behandeld, is er geen bijzondere omstandigheid die een integrale proceskostenvergoeding rechtvaardigt. Belanghebbende werd bijgestaan door een professionele gemachtigde die bekend is met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van €73 en vergoeding van het griffierecht van €298.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-voor bezwaar en beroep vatbare BPM-aankondiging wordt niet-ontvankelijk verklaard en de inspecteur veroordeeld tot een beperkte proceskostenvergoeding.