ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5809
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor in België wonende ondernemer
Belanghebbende, woonachtig in België, exploiteert samen met zijn echtgenote een onderneming in Nederland gericht op bouwwerkzaamheden. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2005, waarbij hij stelde dat Nederland niet bevoegd is om hem inkomstenbelasting en premies te heffen, en dat Nederland op grond van artikel 43 EG Pro verplicht is een tegemoetkoming te verlenen voor de in België geheven personenbelasting.
De rechtbank oordeelt dat Nederland het heffingsrecht heeft over het inkomen uit Nederlandse onderneming en sparen en beleggen, conform het belastingverdrag met België. Het beroep van belanghebbende dat hij geen arbeid in Nederland verrichtte, faalt omdat de Sociale Verzekeringsbank als bevoegde autoriteit verklaringen afgeeft over sociale verzekeringsplicht, die door de Belastingdienst gerespecteerd moeten worden. Tevens is Nederland niet verplicht een tegemoetkoming te verlenen voor de in België geheven gemeentelijke opcentiemen, ook al verleent Duitsland die wel aan Belgische inwoners die in Duitsland werken.
Ten aanzien van de premie volksverzekeringen, waaronder de AWBZ, oordeelt de rechtbank dat Nederland bevoegd is premie te heffen, ook al ontvangt belanghebbende de verstrekkingen in België. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen is ongegrond verklaard en de aanslag is gehandhaafd.