ECLI:NL:RBBRE:2011:BR7103
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Van Kralingen
- Pick
- Dekker
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen onthouding processtukken in beleggingsfraudezaak
Verdachte, voormalig bestuurder van ParTrust Beheer BV, werd verdacht van grootschalige beleggingsfraude en was aangehouden en in verzekering gesteld. Tijdens het voorbereidend onderzoek verzocht verdachte om inzage in processtukken, maar het openbaar ministerie onthield bepaalde stukken, waaronder stukken van tripartite-overleggen en rechtshulpverzoeken, met het oog op het belang van het onderzoek.
De rechtbank overwoog dat sinds de aanhouding sprake was van een 'criminal charge', waardoor verdachte recht heeft op inzage in processtukken volgens artikel 30 Wetboek Pro van Strafvordering. Hoewel het openbaar ministerie het belang van het onderzoek als reden gaf voor onthouding, werden onvoldoende zwaarwegende redenen of concrete feiten aangevoerd die dit rechtvaardigen.
De rechtbank stelde dat processtukken alle stukken omvatten die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de verdediging en dat onthouding slechts met terughoudendheid mag plaatsvinden. De stukken van de tripartite-overleggen worden in beginsel niet als processtukken beschouwd, tenzij zwaarwegende redenen aanwezig zijn, welke niet zijn aangetoond.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en oordeelde dat het openbaar ministerie de processtukken moet verstrekken. De vraag of eerder toezeggingen waren gedaan bleef onbesproken. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van Van Kralingen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken wordt gegrond verklaard en de stukken moeten worden verstrekt.