ECLI:NL:RBBRE:2011:BT1906
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vervangingswaarde woning in aanbouw onder koopgarantieregeling voor WOZ-waardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van zijn woning in aanbouw, welke was vastgesteld op €57.000. De woningcorporatie had een koopgarantieregeling toegepast waarbij de grond eigendom bleef van de corporatie en een eeuwigdurend erfpachtsrecht werd verleend. De rechtbank oordeelde dat bij de waardering de volledige eigendom van de grond fictief moest worden aangenomen, waardoor de grondwaarde van €33.480 werd bevestigd.
De waarde van de opstal werd vastgesteld op basis van de bouwkosten, waarbij de rechtbank de door belanghebbende gestelde ontwikkelingskosten en aanneemsom van in totaal €112.770 als uitgangspunt nam. De vervangingswaarde van de opstal werd gesteld op 20% hiervan, zijnde €22.554. De totale vervangingswaarde van de woning werd daardoor vastgesteld op €56.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere beschikking en aanslag, en legde een aangepaste aanslag op. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende ad €1.310 en het griffierecht van €41. De rechtbank oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand op basis van een no cure no pay-constructie als kosten op belanghebbende drukken, ook zonder voorafgaande factuur.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning in aanbouw wordt vastgesteld op €56.000 en de aanslag onroerende-zaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.