ECLI:NL:RBBRE:2011:BT2355
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herziening eindexamencijfer Nederlands VWO
De zaak betreft een examenkandidaat die bezwaar maakte tegen de vaststelling van haar score voor het centraal schriftelijk eindexamen Nederlandse taal en literatuur in het VWO. Zij vorderde dat de score en het eindcijfer zouden worden aangepast en dat zij alsnog een diploma zou ontvangen. De beoordeling van het examen was door een examinator en een gecommitteerde vastgesteld op 31 punten, overeenkomend met een 6,3, waarmee zij was gezakt.
De eiseres stelde dat de beoordeling onzorgvuldig was en dat de score onjuist was vastgesteld, mede op grond van een verklaring van haar vader dat de examinator onder druk zou zijn gezet door de gecommitteerde. Ook betwistte zij de inhoudelijke beoordeling van enkele examenvragen. De rechtbank oordeelde dat de primaire vordering niet toewijsbaar was omdat OMO niet bevoegd is eenzijdig de score te wijzigen, en dat de beoordeling niet apert onzorgvuldig was. Er was geen bewijs van grove fouten of onregelmatigheden.
De rechtbank benadrukte dat de inhoudelijke beoordeling van een examen mede afhangt van vakdeskundigheid en niet snel als onjuist kan worden aangemerkt. De vordering tot herbeoordeling werd daarom eveneens afgewezen. De eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. Poerink en op 22 september 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herziening van het eindexamencijfer Nederlands af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.