ECLI:NL:RBBRE:2011:BT7238
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boerma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord wegens redelijke weigering schuldeiser
De rechtbank Breda behandelde op 11 oktober 2011 het verzoek van een schuldenaar om een dwangakkoord vast te stellen op grond van artikel 287a van de Faillissementswet, met subsidiair verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
De schuldenaar had een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers waarbij preferente schuldeisers 9,8% en concurrente schuldeisers 4,9% van hun vordering zouden ontvangen. Eén schuldeiser, de verweerder, weigerde in te stemmen vanwege een relatief hoge factuur die door rente en incasso- en proceskosten was opgelopen en het onvermogen om verdere kosten te dragen.
De rechtbank oordeelde dat een dwangakkoord alleen kan worden bevolen indien de schuldeiser misbruik maakt van zijn recht en de wettelijke schuldsanering hem niet meer zou opleveren. In dit geval was de schuldenaar niet toelaatbaar tot de WSNP vanwege een dwingende afwijzingsgrond, en was er geen sprake van een uitzichtloze situatie die een uitzondering zou rechtvaardigen.
De schuldenaar had recent vrijwilligerswerk afgerond, stond op een wachtlijst voor werk en ontving een bijstandsuitkering, waardoor de vergelijking met een denkbeeldige WSNP-situatie niet kon worden gemaakt. De rechtbank concludeerde dat de schuldeiser in redelijkheid kon weigeren in te stemmen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een dwangakkoord werd afgewezen omdat de schuldeiser in redelijkheid kon weigeren in te stemmen met de schuldregeling.