ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8299
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vordering meerinkomen studiefinanciering over 2007 wegens ontslagvergoeding
Eiseres was werkzaam als caissière en haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 januari 2008 met een ontslagvergoeding van €6.000 bruto toegekend. Verweerder rekende deze vergoeding toe aan het toetsingsinkomen 2007 voor de studiefinanciering, omdat deze volgens hem direct na het vonnis opeisbaar was.
Eiseres betoogde dat de vergoeding pas na vier weken na de ontbinding opeisbaar was en dat betaling in januari 2008 plaatsvond, waardoor deze niet tot het inkomen 2007 kon worden gerekend. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding niet vóór 1 januari 2008 vorderbaar en inbaar was, gelet op de aard van de vergoeding en de ontbindingsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Schelfhout op 12 oktober 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit inzake de vordering meerinkomen studiefinanciering 2007.