ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8492
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. Hamburger
- J.G.M. Wouters
- M. Breeman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking deeltijd-WW-uitkeringen wegens urenverlies
Eisers, werknemers van Montis Meubelen B.V., ontvingen deeltijd-WW-uitkeringen op basis van een werktijdverkorting tussen 20% en 50%. Het UWV trok deze uitkeringen later in omdat niet continu voldaan was aan het criterium van minimaal vijf uur arbeidsverlies per week. Eisers voerden aan dat het vijfurencriterium niet van toepassing is op deeltijd-WW en dat zij geen inlichtingenplicht hadden over gewerkte uren.
De rechtbank oordeelde dat het Besluit deeltijd WW geen uitvoeringsregeling van de WW is en dat het criterium van maximaal 50% werktijdverkorting losstaat van het vijfurencriterium in artikel 16 WW Pro. Verder stelde de rechtbank vast dat eisers door het UWV niet waren verplicht wijzigingen in gewerkte uren te melden, waardoor intrekking op grond van niet-nakoming van die plicht niet gegrond was.
De intrekking van de uitkeringen kon daarom alleen plaatsvinden vanaf het moment dat het UWV de eisers duidelijk maakte dat zij ten onrechte uitkering ontvingen. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de intrekking voor de perioden voorafgaand aan de mededeling, maar handhaafde de intrekking voor de latere periode. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eisers vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een uniforme toepassing van het Besluit deeltijd WW door UWV-kantoren en bevestigt dat onduidelijke inlichtingenplichten niet kunnen leiden tot terugwerkende intrekking van uitkeringen.
Uitkomst: De intrekking van de deeltijd-WW-uitkeringen wordt herroepen voor de periode voorafgaand aan de mededeling, maar gehandhaafd voor de periode daarna.