ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8848
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.M. Wouters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging uurtarief persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Tilburg om het uurtarief voor het persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden te verlagen van €18,11 naar €12,80 per uur. Zij stelde dat dit tarief niet toereikend is om haar particuliere hulp te betalen en dat het moeilijk is een andere hulp te vinden die kwalitatief vergelijkbaar is. De gemeente stelde dat het nieuwe tarief gebaseerd is op het bruto uurloon van medewerkers van thuiszorgorganisaties en dat het PGB daarmee toereikend en vergelijkbaar is met de voorziening in natura.
De rechtbank overwoog dat de gemeente voldoende heeft gemotiveerd dat met het nieuwe tarief hulp kan worden ingekocht die vergelijkbaar is met de zorg die in natura wordt verleend. Hierbij is rekening gehouden met kwaliteitswaarborgen, arbeidsvoorwaarden en scholingsfaciliteiten. De rechtbank achtte de overgangsregeling redelijk en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De uitspraak bevestigt dat gemeenten bij het vaststellen van PGB-tarieven een zorgvuldige motivering moeten geven en dat het tarief toereikend moet zijn om vergelijkbare zorg in te kopen als de voorziening in natura. De rechtbank benadrukte dat het niet noodzakelijk is dat de hulp exact dezelfde arbeidsvoorwaarden heeft, zolang de kwaliteit vergelijkbaar is.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.G.M. Wouters op 24 augustus 2011. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van het PGB-uurtarief voor hulp bij het huishouden wordt ongegrond verklaard en het besluit van de gemeente Tilburg wordt gehandhaafd.