ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4758
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aanleg rotonde niet aan te merken als bouwterrein voor omzetbelasting
Belanghebbende leverde in 2009 onbebouwde grond bestemd voor woningbouw en betaalde hierover omzetbelasting. De inspecteur weigerde teruggaaf op grond dat de grond als bouwterrein moest worden aangemerkt vanwege voorzieningen, waaronder de aanleg van een nabijgelegen rotonde.
De rechtbank stelde vast dat de aanleg van de rotonde in 2006 op initiatief van de provincie plaatsvond met als hoofddoel verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren. De rotonde was niet specifiek aangelegd met het oog op de bebouwing van de grond die belanghebbende leverde. De toekomstige woningbouw was bovendien gepland op een andere locatie dan waar de rotonde lag.
De rechtbank concludeerde dat het verband tussen de aanleg van de rotonde en de bebouwing van de grond te zwak en te algemeen was om de grond als bouwterrein aan te merken. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en teruggaaf van omzetbelasting toegekend.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verleent teruggaaf van € 859.870 omzetbelasting omdat de rotonde niet met het oog op bebouwing is aangelegd.