ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5671
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing procedure wegens vorderingen in faillissement merkinbreuk
Converse Inc. vordert een verbod op merkinbreuk en nevenvorderingen tegen meerdere vennootschappen die failliet zijn verklaard. De kern van het geschil betreft de vraag welke vorderingen van Converse als verifieerbare vorderingen in het faillissement moeten worden aangemerkt en daarmee de procedure schorsen.
De rechtbank overweegt dat vorderingen tot schadevergoeding en winstafdracht op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro (Fw) geschorst zijn omdat deze betrekking hebben op voldoening uit de boedel van vóór faillissement ontstane verbintenissen. Andere vorderingen, die niet tot nakoming uit de boedel strekken, kunnen volgens de rechtbank worden voortgezet.
De rechtbank volgt de curator niet in zijn stelling dat alle vorderingen verifieerbaar zijn en dus geschorst moeten worden. De vorderingen die zien op handhaving van het merkrecht worden aangemerkt als aanspraken op de boedel waarop de curator moet toezien. De procedure wordt gesplitst: schorsing voor schadevergoeding en winstafdracht, voortzetting voor overige vorderingen.
De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere conclusies. Dit oordeel sluit aan bij het Nebula-arrest van de Hoge Raad en de uitleg van artikelen 25 en 26 Fw.
Uitkomst: Procedure geschorst voor schadevergoeding en winstafdracht, voortgezet voor overige merkinbreukvorderingen.