Naar de mening van de officier van justitie staat op grond van de aangiften vast dat er een professioneel voorbereide overval heeft plaatsgevonden waarbij grof geweld is gebruikt en
€ 100.000, = is buitgemaakt.
Uit telecomonderzoek blijkt volgens de officier van justitie dat medeverdachte [mededader 1] beschikte over een telefoon die speciaal voor deze zaak was aangeschaft. Zowel het privénummer van [mededader 1] als het nummer van die speciale telefoon hadden in de periode voor de overval veelvuldig contact met een telefoonnummer dat eindigt op 7153. Uit het telecomonderzoek blijkt dat steeds nadat [mededader 1] contact had met de latere slachtoffers, dit nummer gebeld werd. Op basis van het telecomonderzoek, de verklaringen van [mededader 2] en medeverdachte [mededader 3], rekent de officier van justitie dit nummer aan verdachte toe.
Ook heeft medeverdachte [mededader 5] zeer belastend over verdachte verklaard. Zijn verklaring wordt ondersteund door onder andere de verklaring van medeverdachte [mededader 3] over de huur van het pand en de verklaring van [getuige 1] over de rode Combo. Op basis van deze verklaringen gaat de officier van justitie ervan uit dat verdachte de beschikking over deze Combo had, terwijl uit de bevindingen van de politie blijkt dat er een rode bestelauto bij de plaats van de overval gezien is. Ook heeft [mededader 3] verklaard dat hij met verdachte in [adres] geweest is. De officier van justitie ziet verdachte daarom als medepleger van de overval.
Ter beantwoording van de vraag of de verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gebruik van het vuurwapen, is de officier van justitie van mening dat vaststaat dat de kogel die [slachtoffer 1] heeft geraakt is afgevuurd door één van de overvallers. De officier van justitie komt tot deze conclusie op basis van de negatieve uitslag van het zogeheten schiethandenonderzoek dat bij de Duitsers is afgenomen, het feit dat er geen huls ter plaatse is aangetroffen en de verklaring van medeverdachte [mededader 5] dat verdachte ten tijde van de overval gewapend was met een vuurwapen. De officier van justitie gaat er hierom van uit dat verdachte één van de overvallers ter plaatse is geweest en dus ook opzet op het geweld heeft gehad.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen.
Volgens de verdediging staat niet vast dat het telefoonnummer dat eindigt op 7153 van verdachte is. Gelet op de connecties van medeverdachte [mededader 5] met diverse personen die telefonisch contact hebben gehad met het nummer eindigend op 7153, kan dit telefoonnummer net zo goed van [mededader 5] geweest zijn.
Het enige bewijs tegen verdachte bestaat uit de belastende verklaring van [mededader 5] die aantoonbaar onbetrouwbaar is gebleken en belastend over verdachte verklaard heeft om zichzelf vrij te pleiten. Het enige steunbewijs bij deze verklaring bestaat uit de verklaringen van [getuige 1] en medeverdachte [mededader 3]. Het is echter onduidelijk of zij verklaren uit eigen wetenschap of dat zij slechts verklaren over hetgeen zij uit de media hebben vernomen. Bovendien zijn zij bij de rechter-commissaris teruggekomen op hun eerdere voor verdachte belastende verklaringen.
Ontlastend voor verdachte zijn volgens de verdediging de signalementen van de verdachten die door omwonenden van de [adres] en de slachtoffers zijn gegeven. Verdachte voldoet daar niet aan.
Ook heeft de verdediging aangevoerd dat een alternatief scenario niet uit te sluiten valt. De verdediging heeft hierbij gewezen op de mogelijkheden van ‘friendly fire’, een ‘inside man’ en de inmenging van een derde partij. Doordat deze mogelijkheden reële opties betreffen, bestaat er dermate veel twijfel over wie de overval heeft gepleegd en of deze overval wel heeft plaatsgevonden dat de verdediging van mening is dat verdachte moet worden vrijgesproken.
Tot slot heeft de verdediging gewezen op de verklaring van medeverdachte [mededader 1], die verklaarde dat verdachte op de dag van de overval niet ter plaatse is geweest. Hieruit kan volgens de verdediging geconcludeerd worden dat er dingen gebeurd zijn die buiten de invloedssfeer van verdachte liggen, zoals het toepassen van geweld. Het gekwalificeerde gevolg, in deze zaak het geweld en het zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer [slachtoffer 1], is in dat geval niet ingebakken in het opzet van verdachte.
Op basis hiervan concludeert de verdediging dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te komen, omdat er alleen de onbetrouwbare en niet ondersteunde verklaring van [mededader 5] als bewijs is, een alternatief scenario niet uit te sluiten valt en niet aangetoond kan worden dat verdachte opzet op het geweld heeft gehad.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De feiten
Op 28 januari 2010 ontving de meldkamer van de politie te Tilburg diverse meldingen vanuit de [adres] Één melding was afkomstig van een omstander. Hij vertelde de meldkamer dat hij slachtoffers in paniek zag rondlopen en dat bij één van de slachtoffers een oog eruit lag. Ook één van de slachtoffers belde met de meldkamer en verklaarde dat zij ‘gerade überfallen worden’ waren. Hij verklaarde dat de overval plaatsvond in een pand [adres] dat de overvallers een pistool bij zich hadden en met pepperspray gespoten hadden.