ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8659
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens waardedrukkende factoren niet aannemelijk gemaakt
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €244.000 per waardepeildatum 1 januari 2009. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs had geleverd dat factoren zoals de gedateerde staat van de woning, het gewijzigde uitzicht en het recht van overpad geen waardedrukkende invloed hadden.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een matrix en een taxatieverslag met vergelijkingspanden, maar zonder voldoende gegevens over kwaliteit en ligging. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €212.000 voor, maar kon dit niet met een taxatierapport onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt.
Daarom bepaalde de rechtbank de waarde schattenderwijs op €230.000. Tevens vernietigde de rechtbank de uitspraak op bezwaar en gelastte de vergoeding van het griffierecht. De rechtbank oordeelde dat de aanslag onroerendezaakbelasting door de heffingsambtenaar aangepast moet worden zonder rechterlijke uitspraak, omdat een lagere WOZ-waarde onherroepelijk is vastgesteld.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is verminderd tot €230.000 wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte waardedrukkende factoren.