ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8952

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
240273 JE RK 11-1680
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Schoonen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 IVRKWet op de Jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gesloten plaatsing minderjarige wegens niet-naleving aanwezigheidsrecht

In deze zaak ging het om een verzoek van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant tot gesloten plaatsing van een minderjarige. De rechtbank had eerder een voorlopige machtiging verleend voor een beperkte duur, mede omdat de minderjarige haar recht op aanwezigheid bij de zitting wilde uitoefenen. De stichting en de betrokken gesloten jeugdzorginstelling hadden echter tot drie keer toe nagelaten het transport van de minderjarige naar de zitting te regelen.

Op de zitting van 9 december 2011 verscheen de minderjarige niet, ondanks dat zij had aangegeven van haar verschijningsrecht gebruik te willen maken. De rechtbank overwoog dat het recht van het kind om aanwezig te zijn bij de zitting een fundamenteel recht is en dat het verzuim van de stichting en instelling om het transport te regelen in strijd is met de goede procesorde.

De kinderrechter overwoog verder dat een machtiging tot gesloten plaatsing een zware vrijheidsbenemende maatregel is, waarbij aan alle wettelijke vereisten en het recht op hoor en wederhoor moet worden voldaan. Gezien het herhaaldelijke verzuim en het feit dat het de verantwoordelijkheid van de verzoekende partij is om het transport te regelen, wees de rechtbank het resterende deel van het verzoek af.

Tenslotte werd opgemerkt dat alternatieven zoals aanvoering door het openbaar ministerie of het horen van de minderjarige in de instelling waren overwogen, maar niet passend werden geacht binnen de geldende afspraken en regelgeving. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het resterende verzoek tot machtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige wordt afgewezen vanwege het niet regelen van transport naar de zitting.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Team jeugdrecht
Enkelvoudige Kamer
Zaaknummer: 240273 JE RK 11-1680
nadere beschikking betreffende opneming en verblijf in een accommodatie van gesloten jeugdzorg
in de zaak van
de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,
gevestigd te Eindhoven, mede kantoorhoudende
Alleenhouderstraat 25, 5041 LC Tilburg,
hierna te noemen de stichting,
en
de minderjarige [naam minderjarige geboortedatum en plaats]
1. Het verdere verloop van het geding
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 november 2011 en de daarin vermelde stukken;
- de brief van de griffier van deze rechtbank van 18 november 2011 aan [gesloten jeugdzorg instelling];
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 december 2011.
Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:
1. de minderjarige, bijgestaan door mr. J.M.A. van Dijk, advocaat,
2. mevrouw [naam moeder minderjarige], moeder van de minderjarige en gezagdragende ouder.
2. De nadere beoordeling
2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank de beschikking van 19 oktober 2011 gehandhaafd en is aan de stichting een machtiging verleend om de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie van gesloten jeugdzorg tot uiterlijk 19 december 2011. De kinderrechter heeft de machtiging slechts voor beperkte duur verleend, omdat de stichting en de betrokken instelling voor gesloten jeugdzorg niet in staat zijn gebleken de minderjarige aan te voeren, terwijl [naam minderjarige] wel van haar aanwezigheidsrecht gebruik wenst te maken. De kinderrechter heeft voorts overwogen dat indien op de zitting van 9 december 2011 wederom blijkt dat de minderjarige tegen haar wil wordt weggehouden van de zitting, de kinderrechter daar de conclusie uit zal trekken die hem geraden voorkomt. Verder zijn bij die beschikking de belanghebbenden en de stichting opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting teneinde op het verzoek van de stichting te worden gehoord.
2.2 Op 18 november 2011 is er een brief gestuurd naar [gesloten jeugdzorg instelling], de instelling waar [naam minderjarige] is geplaatst, met daarin de mededeling dat [naam minderjarige] op 9 december te 11.05 uur dient te verschijnen op de rechtbank voor de behandeling van de zaak. In deze brief wordt tevens aangegeven dat de instelling zorg dient te dragen voor het transport van [naam minderjarige].
2.3 Ter terechtzitting is [naam minderjarige] niet verschenen. Na afloop van de zitting heeft de griffier nog telefonisch contact opgenomen met mr. J.M.A. van Dijk en hij heeft bevestigd dat hij de tussenbeschikking van 18 november 2011 heeft ontvangen, maar niet ter zitting is verschenen.
2.4 De vertegenwoordiger van de stichting heeft ter zitting aangegeven dat hij 8 december 2011 nog contact heeft gehad met [gesloten inrichting] en dat hij bevestigd heeft gekregen dat [naam minderjarige] naar de zitting zou komen. De stichting betreurt dat [naam minderjarige] wederom niet ter zitting is verschenen en verzoekt desondanks de machtiging te verlenen.
2.5 De kinderrechter overweegt dat op grond van artikel 12 IVRK Pro ieder kind dat in staat is zijn of haar mening te vormen, het recht heeft de mening te uiten, waarbij aan die mening een passend belang dient te worden gehecht. Dat geldt voor alle aangelegenheden die het kind betreffen, maar in het bijzonder in iedere gerechtelijke procedure die betrekking heeft op het kind. In de beschikking van 18 november 2011 heeft de kinderrechter reeds overwogen dat het recht van een minderjarige, om aanwezig te zijn op een zitting tot de kern van onze rechtstaat behoort. De stichting en de betrokken instelling voor gesloten jeugdzorg zijn tot drie keer toe in de gelegenheid gesteld om het transport voor [naam minderjarige] te regelen. In voormelde beschikking is reeds overwogen dat de kinderrechter bij het wederom niet verschijnen van [naam minderjarige] ter zitting de conclusie zal trekken die hij geraden acht.
De kinderrechter overweegt dat een machtiging tot gesloten plaatsing een zware maatregel is waarbij sprake is van vrijheidsbeneming. Voordat een gesloten machtiging kan worden verleend dient iedere betrokkenen in de gelegenheid te zijn gesteld zijn standpunt te verwoorden en dient te zijn voldaan aan alle wettelijke vereisten. Nu namens [naam minderjarige] in een eerder stadium is aangegeven dat zij van haar aanwezigheidsrecht gebruik wil maken en de stichting en [gesloten jeugdzorg instelling] tot drie keer toe hebben verzuimd om het transport te regelen voor [naam minderjarige], zal de kinderrechter het verzoek van de stichting afwijzen omdat is gehandeld in strijd met de goede procesorde. De kinderrechter merkt ten overvloede nog op dat hij de mogelijkheid [naam minderjarige] te laten aanvoeren door het openbaar ministerie heeft overwogen, evenals de mogelijkheid om [naam minderjarige] in de instelling te horen, maar gelet op de geldende afspraken conform de Wet op de Jeugdzorg en het procesreglement is het de verantwoordelijkheid van de verzoekende partij om het transport te regelen. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Schoonen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld
a. door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch.
verzonden op: