ECLI:NL:RBBRE:2011:BU9109
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Struijs
- Hermans
- Prenger-de Kwant
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling na intrekking surseance van betaling
De rechtbank Breda behandelde het verzoek van een ondernemer tot toepassing van de schuldsaneringsregeling nadat de surseance van betaling was ingetrokken en de ondernemer in staat van faillissement was verklaard. De ondernemer had gedurende de surseanceperiode een positief bedrijfsresultaat behaald, maar had geen bedragen gespaard voor zijn schuldeisers en had de salarisbetalingen aan de bewindvoerder niet voldaan.
De rechtbank constateerde dat de ondernemer onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie, omdat hij geen staat van baten en schulden, gespecificeerde inkomsten of vaste lasten had overgelegd. Ondanks eerdere stellingen dat hij in staat was een akkoord aan te bieden of zijn schulden te voldoen, kon hij dit niet onderbouwen.
Ook werd meegewogen dat de ondernemer zijn onderneming bleef voortzetten, ondanks het ontbreken van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het feit dat zijn echtgenote een dienstverband was aangegaan, waardoor zij bij kon dragen in de vaste lasten. De rechtbank concludeerde dat de ondernemer niet aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie en het niet sparen voor schuldeisers.