ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1052
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toepassing kleine ondernemersregeling bij niet in Nederland gevestigde ondernemer
Belanghebbende, een ondernemer gevestigd in Duitsland zonder vaste inrichting in Nederland, verrichtte in 2008 leveringen in Nederland en deed aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2008 zonder belasting te voldoen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en verzuimboeten op wegens het niet voldoen van de belasting en het niet doen van aangifte.
Belanghebbende stelde dat hij recht had op toepassing van de kleine ondernemersregeling (KOR) zoals bedoeld in artikel 25 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. De inspecteur betwistte dit, stellende dat de KOR niet van toepassing is op ondernemers die niet in Nederland gevestigd zijn en hier geen vaste inrichting hebben.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de letterlijke tekst van artikel 25 Wet Pro OB en het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Schmelz, de KOR alleen geldt voor ondernemers die gevestigd zijn in de lidstaat waar de btw verschuldigd is. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de inspecteur de toepassing van de KOR terecht heeft geweigerd.
Daarnaast werd de opgelegde verzuimboete gehandhaafd omdat belanghebbende geen omzetbelasting had voldaan terwijl deze verschuldigd was. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak het vonnis uit op 23 december 2011.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de weigering van toepassing van de KOR bevestigd.