ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1562
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter erkent ondernemerschap ZZP’er in betonruwbouw ondanks één opdrachtgever
Belanghebbende, een zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) werkzaam in de betonruwbouw, voerde in 2008 werkzaamheden uit voor voornamelijk één opdrachtgever. De inspecteur van de Belastingdienst betwistte het ondernemerschap van belanghebbende in dat jaar, wat leidde tot een geschil over de toepassing van zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende wel degelijk als ondernemer kan worden aangemerkt in 2008. Dit oordeel baseerde de rechtbank op de duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, het ondernemersrisico, de zelfstandigheid ten opzichte van de opdrachtgever en het feit dat belanghebbende actief nieuwe opdrachten verwierf. De langdurige aard van de opdrachten in de betonruwbouw en de omzetstijging in 2009 ondersteunen dit oordeel.
Ten aanzien van de bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto concludeerde de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat hij minder dan 500 kilometer privé had gereden. De rittenadministratie vertoonde inconsistenties en de verklaring van het autobedrijf werd niet geloofwaardig geacht. De rechtbank wees daarom de bijtelling toe aan de inspecteur.
De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €44.372. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Belanghebbende wordt erkend als ondernemer in 2008 en de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €44.372; bijtelling privégebruik auto wordt toegewezen aan de inspecteur.