ECLI:NL:RBBRE:2011:BV3919
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na onvoldoende re-integratie en herplaatsing
Eiser was sinds 1977 werkzaam binnen de Rabobankorganisatie en sinds 1999 bij Rabobank De Langstraat. Na ziekte-uitval wegens slaapapneu in 2007 volgde een re-integratietraject waarin diverse stappen werden genomen, waaronder inzet van een externe jobcoach en bedrijfsartsen. UWV oordeelde echter dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren, met name door te lang inzetten op een niet-passende functie en onvoldoende herplaatsing binnen de bredere Rabobankorganisatie.
Rabobank De Langstraat zegde het dienstverband op wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, met toestemming van UWV. Eiser vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat Rabobank onvoldoende had gedaan aan re-integratie en herplaatsing, waardoor hij aanzienlijke inkomens- en pensioenschade leed.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de arbeidsongeschiktheid in de risicosfeer van eiser lag en Rabobank een rechtens te respecteren belang had bij beëindiging, Rabobank tekort was geschoten in haar herplaatsingsinspanningen binnen de gehele Rabobankorganisatie en in het tijdig onderzoeken van passende functies. Gezien de leeftijd en arbeidsongeschiktheid van eiser waren de mogelijkheden voor ander passend werk beperkt.
De rechtbank stelde vast dat de schadevergoeding moet worden begroot als een pleister op de wonde, waarbij slechts een deel van de schade aan Rabobank kan worden toegerekend. Uiteindelijk werd een vergoeding van €50.000 bruto toegekend, vermeerderd met wettelijke rente, en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten afgewezen. Rabobank werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Rabobank De Langstraat is veroordeeld tot betaling van €50.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.