ECLI:NL:RBBRE:2012:BV7672
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correcte berekening van WW-dagloon bij meerdere werkgevers volgens Dagloonregels
Eiser werd gedeeltelijk werkloos per 24 mei 2011 en volledig werkloos per 18 juli 2011. Verweerder stelde het dagloon voor de WW-uitkering vast op € 70,11, maar eiser maakte bezwaar tegen deze berekening. De rechtbank stelde vast dat eiser in de referteperiode bij drie werkgevers werkte met verschillende uren en lonen. Volgens artikel 9 van Pro de Dagloonregels moet het dagloon worden berekend door het loon van de laatste werkgever volledig mee te nemen en het loon van eerdere werkgevers naar rato van het aantal gewerkte uren, niet simpelweg het totaal aantal uren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het totaal aantal gewerkte uren gebruikte om het dagloon te berekenen, wat niet recht doet aan de wettelijke regeling. De door eiser opgegeven uren werden niet betwist, en de rechtbank ging uit van de door werkgevers verstrekte gegevens. Door het toepassen van de juiste methode werd het dagloon vastgesteld op € 71,59, hoger dan het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde zelf het dagloon vast, waarbij ook het griffierecht aan eiser werd vergoed. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het dagloon voor de WW-uitkering wordt vastgesteld op € 71,59 en het bestreden besluit wordt vernietigd.