ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9226
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Van Kralingen
- Rechtspraak.nl
Verlenging vervolgingstermijn wegens poging tot doodslag met auto
De verdachte werd verdacht van poging tot doodslag en overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 na het inrijden op een groep mensen met zijn auto op 25 juli 2010. Na een gerechtelijk vooronderzoek en een eerdere niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding, vorderde het openbaar ministerie verlenging van de vervolgingstermijn.
De rechtbank oordeelde dat het algemeen belang bij de vervolging van deze ernstige feiten een uitzondering op de hoofdregel van termijnverwerking rechtvaardigt. Het onderzoek naar de omstandigheden bleef summier conform artikel 255 Sv Pro, zodat niet vooruit werd gelopen op de inhoudelijke behandeling.
De rechtbank stelde vast dat geen bewuste keuze was gemaakt door het OM om de termijn te laten verstrijken en dat de feiten grote ontsteltenis bij getuigen veroorzaakten. Daarom werd de vordering tot verlenging van de vervolgingstermijn met drie maanden toegewezen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet met opzet handelde en dat de slachtoffers volledig hersteld zijn, maar dit weerhield de rechtbank niet van haar oordeel. De zaak werd toegewezen aan rechters van de rechtbank Breda vanwege mogelijke belangenverstrengeling in ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de vervolgingstermijn met drie maanden wegens het algemeen belang bij vervolging van poging tot doodslag.