ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9425
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oproeping in vrijwaring wegens onredelijke vertraging
In deze civiele procedure vordert eiseres WSG betaling van schadevergoeding van gedaagde [X]. [X] verzoekt in een incident toestemming om negen verschillende (rechts)personen, waaronder leden van de Raad van Commissarissen, de accountant, een interim bestuurder en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, in vrijwaring op te roepen. Hij stelt dat deze partijen hem moeten vrijwaren indien hij aansprakelijk wordt gehouden.
De rechtbank overweegt dat voor toewijzing van vrijwaring een rechtsverhouding met de derden moet bestaan die de verplichting tot vrijwaring meebrengt, maar dat deze rechtsverhouding in het incident nog niet definitief hoeft vast te staan. Wel moet de rechter ook de belangen van partijen en de doelmatigheid van de procesvoering wegen.
De rechtbank oordeelt dat het oproepen van negen verschillende partijen tot onredelijke en onnodige vertraging leidt, mede omdat voor elke partij een afzonderlijke beoordeling van de rechtsverhouding nodig is. Gedeeltelijke toewijzing is ook niet mogelijk zonder inhoudelijke beoordeling die in het incident niet passend is. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot oproeping in vrijwaring af en verwijst de hoofdzaak naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Verzoek tot oproeping in vrijwaring van negen partijen wordt afgewezen wegens onredelijke vertraging.