ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9664
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kok
- Van den Heuvel
- Schotanus
- Rechtspraak.nl
Moeder veroordeeld voor te vondeling leggen pasgeboren zoon met de dood tot gevolg
De rechtbank Breda behandelde de zaak van een moeder die haar pasgeboren zoontje kort na de geboorte te vondeling legde in een bosperceel, waarna het kind overleed. De primaire tenlastelegging van kinderdoodslag werd niet bewezen geacht, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte het overlijden met opzet of voorwaardelijk opzet heeft aanvaard. Wel werd het subsidiair tenlastegelegde feit van te vondeling leggen onder de werking van vrees voor ontdekking bewezen verklaard.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist dat het kind onder de omstandigheden kon overlijden, maar dat zij erop vertrouwde dat het snel gevonden zou worden. Psychiatrisch onderzoek wees uit dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was en dat er geen sprake was van een ziekelijke stoornis of psychische overmacht. De rechtbank verwierp deze schulduitsluitingsgronden.
De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van dertien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, haar medewerking aan het onderzoek, het blanco strafblad en het tijdsverloop sinds het feit. De bijzondere strafbepaling van artikel 259 Sr Pro werd toegepast, wat gunstiger was voor verdachte dan de algemene strafbepaling.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 240 uur voor het te vondeling leggen van haar pasgeboren zoontje met de dood tot gevolg.