ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9854
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag wegens vermomde winstuitdeling bij verhuur bedrijfspand
Belanghebbende verhuurt een bedrijfspand gedeeltelijk aan zijn vennootschap en gedeeltelijk aan derden. De vennootschap betaalde alle service- en huisvestingskosten, waarvan een deel werd doorberekend aan de andere huurders. Omdat een deel van het pand niet verhuurd was, werd circa 50% van deze kosten niet doorberekend.
De Belastingdienst stelde dat dit niet zakelijk was en kwalificeerde het niet doorberekende deel als een vermomde winstuitdeling aan belanghebbende. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van een zakelijke transactie, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende als aandeelhouder en bestuurder zich bewust was van de vermogensverschuiving en dat deze werd gedekt door aanwezige of te verwachten winst. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2005.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005 is bevestigd wegens vermomde winstuitdeling.