ECLI:NL:RBBRE:2012:BW0426
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen navorderingsaanslag en WOZ-waarde vermindering verhuurde panden
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2005. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda. Tijdens de procedure heeft de inspecteur ambtshalve de navorderingsaanslag verminderd tot het oorspronkelijke belastbare inkomen, waardoor de navorderingsaanslag feitelijk is vernietigd. Hierdoor is het beroep voor zover het de navorderingsaanslag betreft niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om vermindering van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vanwege een door het gerechtshof ’s-Gravenhage vastgestelde vermindering van de WOZ-waarde van twee verhuurde zomerhuisjes. Dit verzoek is door de inspecteur ten onrechte aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering, terwijl het een verzoek tot het nemen van een beschikking ex artikel 18a AWR betreft. De inspecteur heeft nog geen definitieve beschikking genomen, waardoor de rechtbank hierover geen uitspraak kan doen en het beroep ook voor dit onderdeel niet-ontvankelijk is.
De rechtbank merkt op dat belanghebbende bezwaar kan maken tegen de toekomstige beschikking van de inspecteur, maar wijst erop dat dit bezwaar waarschijnlijk geen succes zal hebben omdat in 2005 de WOZ-waarde nog niet wettelijk als uitgangspunt voor de belastingheffing diende. Tot slot wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed omdat de inspecteur na het instellen van beroep aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag en het verzoek tot vermindering van de primitieve aanslag wordt niet-ontvankelijk verklaard.