ECLI:NL:RBBRE:2012:BW0430
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006 wegens kinderalimentatie en WOZ-waarde verhuurde panden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006 die door de inspecteur was opgelegd. De kern van het geschil betrof de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van zijn zoon en de waardering van twee verhuurde panden in box 3. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende slechts recht had op aftrek van kinderalimentatie voor de eerste twee kwartalen van 2006, omdat betalingen daarna niet waren aangetoond. Hierdoor werd het belastbare inkomen uit werk en woning ambtshalve verminderd.
Daarnaast was er discussie over de WOZ-waarde van de verhuurde panden. Het gerechtshof ’s-Gravenhage had de WOZ-waarde voor 2005 en 2006 verlaagd, waarna belanghebbende verzocht om vermindering van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. De rechtbank stelde vast dat een verzoek op grond van artikel 18a AWR geen verzoek om ambtshalve vermindering is en dat de inspecteur geen reden zag de navorderingsaanslag te verlagen op die grond. Wel ging de inspecteur akkoord met vermindering van de waarde van de panden tot de WOZ-waarden vastgesteld door het gerechtshof.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de navorderingsaanslag betreft en vernietigde deze. Voor het verzoek tot vermindering van de primitieve aanslag verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk omdat de inspecteur hieraan reeds tegemoet was gekomen. Een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van gemaakte kosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006 wordt vernietigd vanwege onjuiste aftrek van kinderalimentatie en correctie van de WOZ-waarde van verhuurde panden.