ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3323
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Mede-eigendom en gebruiksrecht van een paard bij geschil over eigendom en beschikking
De zaak betreft een geschil over de eigendom en het gebruiksrecht van een Friese merrie genaamd Rinske-Vigone fan Lytssypenstien. Eiser sub 1 vordert primair dat het paard aan hem wordt overgedragen omdat hij als eigenaar in het stamboek staat ingeschreven. De rechtbank oordeelt dat deze inschrijving niet doorslaggevend is voor eigendom en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij eigenaar is. De koopovereenkomst werd gesloten door andere partijen, waardoor de eigendom niet aan eiser toekomt.
Subsidiair vordert eiser dat gedaagde het gebruiksrecht van haar aandeel in het paard aan eiseres sub 2 beschikbaar stelt. De rechtbank stelt vast dat gedaagde en eiseres sub 2 gezamenlijk mede-eigenaar zijn van het paard, omdat gedaagde niet bevoegd was haar aandeel zonder toestemming van eiseres over te dragen aan een derde. Het gebruiksrecht wordt op grond van de artikelen 3:168 en 3:169 BW toegekend aan eiseres sub 2 voor 50%.
De rechtbank wijst de vordering tot overdracht en betaling af, compenseert de proceskosten en legt een dwangsom op voor het niet ter beschikking stellen van het gebruiksrecht. De vordering tot vergoeding van incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De vordering tot overdracht van het paard wordt afgewezen; het gebruiksrecht van 50% wordt aan eiseres toegekend met een dwangsom bij niet-naleving.