ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3477
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Schoonen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige woonachtig bij vriendin
De moeder verzocht de rechtbank om haar 16-jarige dochter onder toezicht te stellen van een stichting, omdat de minderjarige sinds haar 13e jaar feitelijk bij een meerderjarige vriendin woont en het gezamenlijk gezag van de ouders niet wordt uitgeoefend. De moeder vreesde dat de situatie schadelijk was voor de ontwikkeling van haar dochter, mede vanwege het ontbreken van ouderlijk toezicht en verzorging.
Tijdens de zitting verklaarde de minderjarige dat zij zich goed functioneert op school en dat zij met de ondersteuning van haar vriendin en de beperkte steun van haar vader haar situatie voldoende kan hanteren. De verstandhouding met haar moeder is slecht, maar het contact met haar vader is redelijk en zij ontvangt van hem financiële ondersteuning en eet regelmatig bij hem.
De rechtbank overwoog dat ondanks de feitelijke afwezigheid van ouderlijk gezag, de minderjarige op meerdere fronten ondersteuning ontvangt en er geen aanwijzingen zijn dat haar gezondheid of belangen ernstig worden bedreigd. De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming zagen geen noodzaak voor een ondertoezichtstelling, maar stonden wel open voor nader onderzoek en benoeming van een bijzonder curator.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot ondertoezichtstelling niet in het belang van de minderjarige is en wees het af. Tevens werd het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator in deze zaak afgewezen, maar in een afzonderlijke procedure wel toegewezen vanwege het ontbreken van ouderlijk gezag en verzorging.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen vanwege voldoende ondersteuning en het ontbreken van ernstige bedreiging van haar belangen.