ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3530
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting na ontneming drugsgelden en omkering bewijslast
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2008 geen inkomsten uit drugshandel verantwoord, terwijl bij zijn aanhouding cocaïne, middelen om cocaïne te versnijden en contant geld werden aangetroffen. Daarnaast is een bedrag van € 2.750 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel ontnomen.
De inspecteur heeft de aanslag aangepast door inkomsten uit drugshandel en zwartwerk bij te schatten, wat belanghebbende betwist. De rechtbank oordeelt dat de aangifte onvolledig is en dat de bewijslast omgekeerd is, waardoor belanghebbende moet aantonen dat de aanslag onjuist is.
De eigen verklaringen van belanghebbende worden onvoldoende geacht om de schattingen te weerleggen. De rechtbank acht de door de inspecteur gehanteerde schattingen van inkomsten uit zwartwerk en cocaïnehandel niet onredelijk, mede gelet op de aangetroffen bedragen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2008. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en verklaart het beroep ongegrond wegens niet opgegeven inkomsten uit drugshandel.