ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3986
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing winst uit onderneming bij verkoop boerderij met bedrijfsgebouwen
Belanghebbende, een veehouder, kocht in 1999 een boerderij met bedrijfsgebouwen en woonhuis. Zijn zoon exploiteerde in de stallen een veehouderij, deels samen met belanghebbende. De rechtbank beoordeelde dat de bedrijfsgebouwen met ondergrond verplicht ondernemingsvermogen vormden, terwijl het woonhuis, tuin en cultuurgrond keuzevermogen waren.
In 2003 werden de bedrijfsgebouwen gesloopt en ontving belanghebbende subsidies die als winst uit onderneming werden aangegeven. Bij de verkoop van de boerderij in 2004 werd het resultaat gecorrigeerd door de inspecteur, die stelde dat de gehele winst belastbaar was als winst uit onderneming.
De rechtbank stelde vast dat de winst uit de verkoop slechts belastbaar is voor zover deze ziet op de ondergrond van de voormalige stallen en erf, die als ondernemingsvermogen werden aangemerkt. De rest van de boerderij bleef privévermogen. De rechtbank volgde de waardering van de inspecteur voor de agrarische waarde en hield rekening met rente en verkoopkosten.
De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.186. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door mr. Beukers-van Dooren, mr. Hund en prof.mr. van Vijfeijken op 22 maart 2012.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.186 en de inspecteur is veroordeeld in de proceskosten.