ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4484
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A.M.L. Van den Bosch- van de Sande
- Rechtspraak.nl
Beoordeling krediettransactie en verboden kredietvergoeding onder WCK
In deze zaak stond de vraag centraal of de overeenkomst tussen Betaaldag en de gedaagde moest worden gekwalificeerd als een krediettransactie onder artikel 7:57 BW Pro en de Wet op het consumentenkrediet (WCK). De kantonrechter oordeelde dat dit het geval was, aangezien Betaaldag een geldsom ter beschikking stelde die binnen 14 dagen opeisbaar was, waardoor de bepalingen omtrent de toegestane kredietvergoeding van toepassing zijn.
De gevorderde vergoeding van € 32,30 werd beschouwd als onderdeel van de kredietvergoeding en bedroeg ruim 19% over een periode van 14 dagen, wat op jaarbasis het toegestane percentage van 16% volgens het Besluit kredietvergoeding aanzienlijk overschrijdt. Daarom werd deze vergoeding als verboden aangemerkt en niet toegewezen. De kantonrechter zag geen aanleiding om de verboden vergoeding te converteren naar een toegestane vergoeding, vanwege het beschermende karakter van de WCK.
Daarnaast werd vastgesteld dat de gedaagde in verzuim was sinds de vervaldatum van 26 september 2011, zodat de wettelijke rente over de hoofdsom van € 170,00 vanaf die datum werd toegewezen. Buitengerechtelijke kosten werden afgewezen vanwege de WCK. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten, terwijl de overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De gedaagde moet de hoofdsom van €170,00 plus wettelijke rente betalen; de gevorderde kredietvergoeding en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.