ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6169
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van de vereffening van een nalatenschap wegens geringe baten
Verzoeksters, erfgenamen en vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van de overleden erflater, hebben op grond van artikel 4:209 BW Pro verzocht om opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten ten opzichte van de schulden. Ter onderbouwing is een vermogensbeschrijving overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat de baten zodanig gering zijn dat opheffing van de vereffening gerechtvaardigd is.
De wet schrijft publicatie van de opheffing voor via de Staatscourant en twee nieuwsbladen, maar gezien de geringe baten en het feit dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard, zou dit leiden tot onnodige kosten die ten laste van de Staat komen. Daarom wordt afgezien van deze wettelijke publicatieplicht. In plaats daarvan wordt de bekendmaking via internet op rechtspraak.nl als voldoende en zelfs beter beschouwd, omdat het een bredere en kosteloze toegang tot informatie biedt.
De reeds gemaakte vereffeningskosten worden vastgesteld op nihil. De griffier wordt opgedragen de opheffing in het boedelregister in te schrijven. Het verzoek tot opheffing wordt toegewezen, terwijl andere verzoeken worden afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld door de verzoekers of belanghebbenden.
Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven en publicatie via internet toegestaan in plaats van kostbare traditionele publicaties.