ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7062
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting en vergrijpboete wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en een opgelegde vergrijpboete over 2005. De bezwaren werden ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Belanghebbende stelde dat het bezwaar tijdig was gepost en dat het aanslagbiljet geen termijnvermelding bevatte, waardoor overschrijding verschoonbaar zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn begon op 1 december 2009 en eindigde op 11 januari 2010. Het bezwaarschrift was gedagtekend op 10 januari 2010, maar pas op 19 januari 2010 ontvangen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende, als deskundige belastingadviseur, tijdig op de hoogte was van de bezwaartermijn en dat het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing op het aanslagbiljet niet tot verschoonbaarheid leidde.
Voor de boete werd overwogen dat belanghebbende geen omstandigheden had gesteld die de te late indiening niet aan hem toerekenbaar maakten. Het risico van postbezorging een dag voor het verstrijken van de termijn bleef voor rekening van belanghebbende, zeker gezien zijn verblijf in het buitenland.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren wegens termijnoverschrijding.