ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7293
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete wegens te late aangifte vennootschapsbelasting door disproportionaliteit
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een verzuimboete van € 2.460 die werd opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2009. De inspecteur stelde dat het bezwaar nietig was omdat het telefonisch was ingetrokken, maar de rechtbank oordeelde dat een intrekking schriftelijk moet zijn en verklaarde het bezwaar ontvankelijk.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende de aangifte op 29 september 2010 indiende, na diverse herinneringen en aanmaningen. De boete was gebaseerd op het verzuim, maar de rechtbank vond de hoogte van de boete disproportioneel hoog omdat er geen ambtshalve aanslag was opgelegd, hetgeen normaal de boete verhoogt.
Belanghebbende had zich niet bewust geweest van de gevolgen van de overschrijding en had voorheen gebruik gemaakt van een uitstelregeling via een administratie- en belastingadvieskantoor. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden en de beleidsmatige doelstelling van de wetgever om verzuimboetes te verhogen.
De rechtbank besloot de boete te verminderen tot € 500 en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 27 maart 2012 gedaan door rechter W.A.P. van Roij en is aan partijen verzonden op 6 april 2012.
Uitkomst: De verzuimboete wordt verminderd van € 2.460 naar € 500 wegens disproportionaliteit.