ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8045
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden exploitatievergunning vanwege hennepkwekerij boven horecabedrijven
Verzoeker exploiteert twee horecabedrijven waarvoor hij persoonsgebonden exploitatievergunningen heeft ontvangen. Na de ontdekking van hennepkwekerijen in de bovenwoningen van deze panden, die buiten zijn directe verantwoordelijkheid vielen, trok de burgemeester de vergunningen in. Verzoeker betwistte de intrekking en stelde dat hij geen toezichtplicht had over de huurder die de kwekerijen exploiteerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de exploitatievergunningen inderdaad persoonsgebonden zijn en dat verweerder redelijkerwijs mocht aannemen dat verzoeker wist of had kunnen weten van de hennepkwekerijen. De illegale stroomafname via de elektriciteitskast van het horecabedrijf en het feit dat verzoeker zelf een van de bovenwoningen bewoonde, maakten het ongeloofwaardig dat hij niets had gemerkt.
De rechter vond dat de burgemeester op basis van politie-informatie en gewijzigde omstandigheden gerechtvaardigd was om de vergunningen in te trekken ter bescherming van de openbare orde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, mede gezien het naderende toeristenseizoen.
Tenslotte werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de intrekking van de exploitatievergunningen ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.