ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8049
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunningen wegens hennepkwekerij
Verzoeker exploiteert twee horecabedrijven waarvoor hij drank- en horecavergunningen bezit. Na een brand op 9 mei 2011 werd op 10 mei 2011 vastgesteld dat in de bovenverdiepingen van beide horecapanden hennepkwekerijen aanwezig waren. De burgemeester van Schouwen-Duiveland gaf aan de vergunningen te willen intrekken, waarna verweerder dit besluit daadwerkelijk nam. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen, met het oog op het naderende toeristenseizoen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker in enig opzicht van slecht levensgedrag is geweest, omdat hij wist of had kunnen weten dat de bovenwoning van een van zijn horecapanden werd gebruikt als hennepkwekerij. Daarbij speelde mee dat verzoeker zelf de bovenwoning bewoont en dat de stroomvoorziening van de kwekerijen via zijn elektriciteitskast liep. De verklaring van de elektricien over de stroomvoorziening werd onvoldoende overtuigend bevonden.
Gezien deze omstandigheden en de politie-informatie mocht verweerder de vergunningen op goede gronden intrekken. De voorzieningenrechter vond dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van drank- en horecavergunningen wordt afgewezen.