ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8410
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.P. Hertsig
- T. Peters
- H.W.M. Pulskens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunningen mosselzaadvissen met mosselzaadinvanginstallaties
De rechtbank Breda behandelde beroepen van drie experimenteerders tegen vergunningen voor het vissen van mosselzaad met mosselzaadinvanginstallaties (MZI) voor de periode 2010-2011, met mogelijke verlenging tot 2014. De experimenteerders stelden dat de toegewezen vergunningen te beperkt waren in oppervlakte en dat de overgangstermijn van vier jaar te kort was om investeringen terug te verdienen.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 9 september 2009, waarin de minister een overgangstermijn van vier jaar aankondigde, geen rechtsgevolg heeft en dat bezwaren daartegen terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. De vergunningen zelf zijn verleend op basis van artikel 77g van de Uitvoeringsregeling visserij, die een maximale duur van vier jaar voorschrijft.
De rechtbank achtte de belangenafweging van de minister, die rekening hield met natuur, recreatie, traditionele mosselvisserij en innovatie, niet onredelijk of onzorgvuldig. De vierjarige termijn is een generieke overgangstermijn die experimenteerders de mogelijkheid biedt investeringen terug te verdienen, ook al is dat niet voor alle ondernemingen volledig mogelijk. De berekening van de toegekende oppervlakte was niet onjuist of onredelijk. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukte dat voor de periode na 1 januari 2014 een nieuwe vergunningverlening en herverdeling van MZI-locaties zal plaatsvinden, waarop de huidige beroepen geen betrekking hebben. De uitzonderingspositie van een ander bedrijf na die datum kan niet worden betrokken bij deze procedure.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningen voor het vissen met MZI’s worden ongegrond verklaard en de vergunningverlening is rechtmatig.