ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8563
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Louwerse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling overlijdensschade wegens onvoldoende bewijs in deelgeschilprocedure
De zaak betreft een deelgeschilprocedure tussen verzoekster en Achmea Schadeverzekeringen over de vaststelling van overlijdensschade na het overlijden van de echtgenoot van verzoekster door een verkeersongeval. Verzoekster vordert onder meer de vaststelling van de door haar opgegeven vaste lasten en de waarde van de zelfwerkzaamheid van haar overleden echtgenoot.
De rechtbank stelt vast dat Achmea aansprakelijkheid erkent, maar betwist de omvang van de schadeposten. Verzoekster baseert haar vordering op een checklist en bankmutaties, terwijl Achmea een lagere schadeberekening aanvoert. De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende toelichting heeft gegeven op de bankmutaties om deze als bewijs van vaste lasten te kunnen aanvaarden, waardoor zij niet aan haar stelplicht voldoet.
Ook de waarde van de zelfwerkzaamheid kan niet worden afgeleid uit de stukken en vereist bewijsvoering die in deze deelgeschilprocedure niet passend is. De rechtbank wijst daarom het verzoek af. Wel veroordeelt zij Achmea tot betaling van de redelijke proceskosten van verzoekster, begroot op €1.800 exclusief kantoorkosten en BTW. De procedure heeft geleid tot overeenstemming over enkele andere punten, maar de kernvorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van overlijdensschade wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs, maar Achmea wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.