ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8704
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling voor belastingschuld na non-actiefstelling vennoot
Belanghebbende was samen met een medevennoot eigenaar van een vennootschap onder firma die een onderneming in psychologische adviezen exploiteerde. Na een zakelijk conflict werd belanghebbende op non-actief gesteld en had sindsdien geen toegang meer tot de kantoren of administratie van de firma. De vennootschap werd voortgezet door de medevennoot.
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van de firma over de maanden maart tot en met mei 2009, hoewel hij sinds oktober 2008 geen betrokkenheid meer had. Hij voerde aan dat hij geen bestuurder meer was en dat de firma feitelijk was ontbonden, maar kon dit niet met de vennootschapsovereenkomst onderbouwen.
Subsidiair stelde belanghebbende zich op het standpunt dat hij gebruik kon maken van de disculpatiemogelijkheid van artikel 33, vierde lid, Invorderingswet 1990, door te bewijzen dat het niet aan hem te wijten was dat de belasting niet was voldaan. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voldoende had bewezen dat hij sinds zijn non-actiefstelling geen invloed meer had op de fiscale verplichtingen van de firma en niet als bestuurder kon worden beschouwd.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking aansprakelijkstelling en veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan op 4 april 2012 door rechter J.W.M. Tijnagel.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking aansprakelijkstelling en verklaart het beroep gegrond.