ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8797
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet toerekenen omzet prostituees aan exploitant saunaclub voor omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een saunaclub waar mannen en vrouwen (prostituees) tegen verschillende entreeprijzen toegang krijgen. Mannen betalen meer en kunnen tegen betaling seksuele diensten afnemen van de prostituees, die zelfstandig hun diensten en tarieven bepalen.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat de vergoedingen die de prostituees ontvingen, aan belanghebbende toerekenbaar waren. De rechtbank oordeelt dat er een zelfstandige rechtsbetrekking bestaat tussen de prostituee en de klant en dat de opbrengsten van de prostituees niet aan belanghebbende kunnen worden toegerekend.
De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende, aangezien de inspecteur na het arrest van de Hoge Raad van 6 januari 2012 onterecht vasthield aan zijn standpunt.
De uitspraak bevestigt dat het bedrijfsmodel van belanghebbende gebaseerd is op entreegelden en niet op de vergoedingen voor seksuele diensten, die buiten haar omzet vallen.
De rechtbank wijst erop dat het arrest van de Hoge Raad het toepassingsgebied van het CPP-arrest verduidelijkt, waardoor de omzetbelasting niet verschuldigd is over de vergoedingen tussen prostituee en klant.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente worden vernietigd omdat de vergoedingen van prostituees niet aan belanghebbende kunnen worden toegerekend.