ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8883
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet toerekenen omzet prostituees aan exploitant saunaclub in omzetbelastingzaak
Belanghebbende exploiteerde een saunaclub waar mannen en vrouwen (prostituees) toegang kregen tegen verschillende entreeprijzen. Mannen betaalden aanzienlijk meer en konden tegen betaling seksuele diensten afnemen van de prostituees, die zelfstandig hun tarieven bepaalden en direct met de klanten afrekenden.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat de prostituees in dienstbetrekking waren bij belanghebbende en dat de omzet van de seksuele diensten aan belanghebbende moest worden toegerekend. De rechtbank oordeelde echter dat de rechtsbetrekking uitsluitend bestond tussen prostituee en klant, en dat belanghebbende geen financieel belang had bij de vergoeding die de prostituees ontvingen.
De rechtbank vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, deels vanwege het onjuist toepassen van het CPP-arrest door de inspecteur en de rechtspraak vóór het arrest van de Hoge Raad van 6 januari 2012.
De uitspraak benadrukt dat het bedrijfsmodel van belanghebbende gebaseerd was op entreegelden en niet op de omzet van de prostituees, en dat de fiscale heffing over de seksuele diensten onterecht was opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting en de heffingsrente worden vernietigd omdat de omzet van de prostituees niet aan belanghebbende kan worden toegerekend.