ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8989
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.P. Hertsig
- T. Peters
- H.W.M. Pulskens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning mosselzaadvissen met mosselzaadinvanginstallatie
De rechtbank Breda behandelde het beroep van eiseressen tegen besluiten omtrent de vergunning voor het vissen van mosselzaad met een mosselzaadinvanginstallatie (MZI) voor de periode van 13 januari 2010 tot en met 31 december 2011, met mogelijke verlenging tot uiterlijk 1 januari 2014. Eiseres sub 2 voerde aan dat zij als pionier gelijk behandeld moest worden als een ander bedrijf dat een uitzonderingspositie geniet, en dat het beëindigen van de vergunning in 2014 een inbreuk op haar eigendomsrecht vormt. Eiseressen sub 1 betoogden dat de experimenteerders bevoordeeld werden en dat dit leidde tot concurrentievervalsing.
De rechtbank stelde vast dat de vergunningen voor de onderhavige periode reeds zijn verstreken, maar dat er voldoende procesbelang bestaat omdat opvolgende vergunningen te verwachten zijn. De rechtbank oordeelde dat de minister van LNV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt door een generieke overgangstermijn van vier jaar vast te stellen, waarbij rekening is gehouden met investeringen en het monitoren van natuur. De uitzonderingspositie van het andere bedrijf geldt niet voor deze periode, en de stelling van strijd met het gelijkheidsbeginsel faalt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de toegewezen oppervlakte voor de MZI-ruimte op redelijke wijze is berekend en dat de aangevoerde noodzaak voor een grotere manoeuvreerruimte onvoldoende is onderbouwd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningverlening voor het vissen met MZI zijn ongegrond verklaard.