ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0194
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J.G. Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling en hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde factuur na ontbinding huwelijk
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap ([X]) tegen twee gedaagden, die voorheen gehuwd waren en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een openstaande factuur van €4.879,00. Na ontbinding van het huwelijk werd de woning verkocht en de opbrengst aan de Belastingdienst uitgekeerd vanwege een vordering op een van de gedaagden.
Er was een betalingsregeling overeengekomen waarbij gedaagde sub 1 maandelijks €10,00 zou betalen, geldig voor maximaal zes maanden en herzienbaar op basis van de financiële situatie. Deze regeling werd echter door [X] opgezegd wegens te lage aflossingen en niet-tijdige betalingen. Gedaagde sub 1 betaalde weliswaar door, maar niet tijdig en onvoldoende.
De kantonrechter oordeelde dat de betalingsregeling redelijkerwijs niet gehandhaafd kon blijven, waardoor de vordering opeisbaar werd. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het restantbedrag plus wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen omdat deze niet voldoende waren onderbouwd. De proceskosten werden aan gedaagden opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 en sub 2 worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur met rente en proceskosten.