ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0943
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sloop Heilig Hartkerk wegens ontbreken voorbescherming
Verzoekster vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen die de sloop van de Heilig Hartkerk zou stilleggen totdat duidelijkheid zou bestaan over de monumentale status van het gebouw. De vergunning voor sloop was eerder verleend en later ingetrokken. Verzoekster stelde dat de kerk voorbescherming genoot op grond van de Erfgoedverordening, maar de rechtbank stelde vast dat verweerder nooit een kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument had gedaan, waardoor voorbescherming ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het slopen van het kerkgebouw sinds het vervallen van de vergunningplicht in de gemeentelijke bouwverordening feitelijk handelen is en niet publiekrechtelijk genormeerd. Hierdoor bood het bestreden besluit geen grondslag om een voorziening te treffen die de sloop tegenhoudt. Ook werd erkend dat verweerder niet de vereiste adviesprocedure bij de monumentencommissie had gevolgd, maar dit leidde niet tot het toewijzen van de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet ontvankelijk zou zijn indien het gericht was op het stilleggen van feitelijk handelen door de eigenaar. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sloop van de Heilig Hartkerk wordt afgewezen wegens het ontbreken van voorbescherming en het feitelijk karakter van het slopen.