ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1339
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag wegens onjuist verrekende loonheffing en vermindering heffingsrente
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, deed in 2007 aangifte inkomstenbelasting over 2006 waarin een Anw-uitkering en een ABP-pensioen werden opgegeven zonder ingehouden loonheffing. De inspecteur legde een voorlopige aanslag op gebaseerd op deze aangifte, gevolgd door een definitieve aanslag met een hoger bedrag aan ingehouden loonheffing dan door belanghebbende opgegeven.
De inspecteur stelde vervolgens een navorderingsaanslag vast omdat ten onrechte een te hoog bedrag aan loonheffing was verrekend. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze navorderingsaanslag en de daarbij opgelegde heffingsrente.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd op grond van artikel 16 AWR Pro, omdat de loonheffing onjuist was verwerkt. Wel werd de heffingsrente verminderd omdat de inspecteur niet kon verwijten dat hij uitging van een te hoog bedrag aan loonheffing, hetgeen het zorgvuldigheidsbeginsel rechtvaardigt. De heffingsrente werd daarom gehalveerd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende kosten had gemaakt.
Uitkomst: Navorderingsaanslag terecht, heffingsrente verminderd tot € 265,50 wegens zorgvuldigheidsbeginsel.