ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1358
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening aftrek ter voorkoming dubbele belasting voor in Duitsland woonachtige belastingplichtige niet in strijd met Europees recht
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, had voor 2008 aangifte inkomstenbelasting gedaan waarbij hij koos voor toepassing van de regels voor binnenlandse belastingplichtigen. De inspecteur legde een aanslag op waarbij de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) werd berekend volgens het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende betwistte deze berekening en stelde dat de aftrek gelijk moest zijn aan de volledige belasting over box 3.
De rechtbank stelde vast dat het belastingverdrag Nederland-Duitsland het heffingsrecht over het inkomen uit sparen en beleggen aan Duitsland toekent en dat Nederland een voorkoming van dubbele belasting moet verlenen. De rechtbank oordeelde dat de toegepaste methode van aftrekberekening niet in strijd is met het Europees recht, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie EG. De rechtbank verwierp het argument van belanghebbende dat hij gelijk behandeld moet worden als een binnenlandse belastingplichtige zonder inkomen uit sparen en beleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 26 april 2012 door rechter W. Brouwer en openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier J.M.C. Hendriks.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is ongegrond verklaard.